CRvB 26 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1289

Ten onrechte ontslag verleend op andere gronden wegens onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding. Als gevolg van de houding en de wijze van communiceren van appellant zijn problemen ontstaan in de samenwerking en als gevolg hiervan waren de verhoudingen tussen appellant en drie leidinggevenden ernstig verstoord. Onvoldoende duidelijk geworden dat herplaatsing binnen de politieorganisatie niet meer mogelijk was. Omdat in dit specifieke geval de mediation nu juist licht had kunnen werpen op de aard van het conflict, de mogelijke oplossing daarvan en in het verlengde daarvan de plaatsingsmogelijkheden elders binnen de organisatie, komt de Raad tot de slotsom dat onder deze omstandigheden de conclusie dat voortzetting van het dienstverband met appellant in redelijkheid niet van de korpschef kon worden gevergd, niet gerechtvaardigd is. Dat betekent dat de korpschef niet bevoegd was om appellant ontslag te verlenen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken