CRvB 5 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1160

Hoogte loopbaanpremie. Betrokkene is in de periode van 22 november 2004 tot 1 augustus 2005, waarin hij was aangewezen als herplaatsingskandidaat, op aanwijzing van het bevoegde gezag en onweersproken door appellant, werkzaam gebleven in een SB-functie (substantieel bezwarende functie). Met de rechtbank en anders dan appellant oordeelt de Raad dat een redelijke uitleg van de Tijdelijke regeling overstap naar een niet substantieel bezwarende functie (Tijdelijke regeling) meebrengt dat in dat geval de periode die voor de toepassing van artikel 8, derde lid, van de Tijdelijke regeling bepalend is voor de hoogte van de loopbaanpremie niet is onderbroken. Voor de restrictieve uitleg van artikel 8, derde lid, van de Tijdelijke regeling, als voorgestaan door appellant, is geen steun te vinden in de bewoordingen van die bepaling, noch in de toelichting daarop. Voorts is een dergelijke restrictieve uitleg niet passend bij het doel en de achtergrond van de Tijdelijke regeling.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen