CRvB 3 maart 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:880
Gedurende de periode waarin appellant onder toepassing van artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering (Sv) lijfsdwang onderging in een PPC, was hem rechtens zijn vrijheid ontnomen in de zin van artikel 8b, tweede lid, van de AOW. Appellant heeft daarom over die periode geen recht op AOW-pensioen. Blijkens de wetsgeschiedenis bij artikel 8b AOW heeft de wetgever bij de term “rechtens zijn vrijheid ontnomen” niet enkel gedacht aan gevangenisstraf, maar ook aan andere vormen van detentie, zoals gijzeling wegens het niet betalen van verkeersboetes of het niet nakomen van wettelijke verplichtingen (TK 2007-2008, 31 525, nr. 3, pag. 8). Lijfsdwang om nakoming van een bij rechterlijk vonnis opgelegde betalingsverplichting af te dwingen wijkt op wezenlijke punten af van opname op grond van de Bopz dan wel met toepassing van artikel 37 Sr, ook wanneer de lijfsdwang ten uitvoer wordt gelegd in een PPC. Er is geen aanleiding om de term “rechtens zijn vrijheid ontnomen” aldus te interpreteren, dat gevallen van lijfsdwang met toepassing van artikel 577c Sv hiervan dienen te worden uitgezonderd.
De uitspraak op rechtspraak.nl