CRvB 21 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4394
Verzoek om terug te komen van. Waarnemingstoelage. Uit de tekst van artikel 17, derde lid, van het Bbp gelezen in samenhang met artikel 9, eerste en vierde lid, van het Bbp, volgt dat de waarnemingstoelage tijdens de waarneming meegroeit zolang het maximum in de schaal van de waargenomen functie niet is bereikt. Dit betekent dat indien de regelgeving van meet af aan op de juiste wijze zou zijn toegepast appellanten op hun periodiekdatum in 2015 in aanmerking zouden zijn gekomen voor drie periodieken, hetgeen overeenkomt met inpassing in schaal 8, trede 9. Hieruit volgt dat niet op een juiste wijze is gerepareerd en het op de weg van de korpschef had gelegen om naar aanleiding van het verzoek van appellanten om juiste toepassing van artikel 17, derde lid, van het Bbp de hoogte van de waarnemingstoelage ten aanzien van de toekomst vast te stellen op drie periodieken in plaats van één periodiek. Nu door de korpschef een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden van de duuraanspraken voor de toekomst, gaat de Raad voorbij aan het betoog van de korpschef dat met de door appellanten gewenste inpassing in schaal 8, trede 9, de vraag wordt omzeild of sprake is van nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl