CRvB 8 februari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:438

Het standpunt van het Uwv komt er in de kern op neer dat appellante wordt verweten dat zij op 3 januari 2006 de verzekeringsarts met haar houding, gedrag en presentatie onjuist heeft geïnformeerd over haar gezondheidssituatie door een beeld van een ernstige psychiatrische stoornis op te roepen, dat geen betrouwbare weergave van haar situatie is gebleken. Volgens het Uwv is door de bevindingen van zijn verzekeringsartsen, ondersteund door het rapport van psychiater Van Laarhoven, afdoende komen vast te staan dat in appellantes situatie sprake is van simulatie en dat ten gevolge daarvan aan appellante ten onrechte een uitkering is verstrekt in verband met schending van de in artikel 80 van de WAO neergelegde inlichtingenverplichting. De Raad acht dit standpunt onvoldoende onderbouwd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken