CRvB 26 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:383
Afwijzing verzoek om toekenning van een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen naar niet per openbaar vervoer bereikbare plaatsen (verhoogde tegemoetkoming), als bedoeld in artikel 12 van de Verplaatsingskostenregeling burgerlijke ambtenaren defensie (Vkrd). Het verzoek van betrokkene om toekenning, alsnog, van een verhoogde tegemoetkoming moet worden beschouwd als een verzoek om terug te komen van de, bij het in rechte onaantastbaar geworden besluit van juni 2008, toegekende reguliere tegemoetkoming. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit beoordelen met als uitgangspunt dat het verzoek van betrokkene ertoe strekt dat appellant terugkomt van het uit de salarisspecificatie van 2008 blijkende besluit waarbij is geweigerd een verhoogde tegemoetkoming toe te kennen. In dit geval is tussen partijen niet in geschil dat betrokkene geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd. Uit de uitspraak van de Raad van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) volgt dat een dergelijke vaststelling de afwijzing van een herhaalde aanvraag in beginsel kan dragen. Appellant mocht het verzoek dan ook afwijzen met verwijzing naar de salarisspecificatie van juni 2008. Het beroep tegen het bestreden besluit moet dan ook ongegrond worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl