CRvB 19 oktober 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3615
De korpschef kan niet gevolgd worden in zijn standpunt dat ook (de vaststelling van) het arbeidsongeschiktheidspercentage door het Uwv na de datum van vijf jaar na het dienstongeval van appellant kan worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld. Reeds daarom komt, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, aan de arbeidsongeschiktheidspercentages die betrekking hebben op 2014 (2,4%) en 2015 (18,17%) geen betekenis toe. Er is geen grond om de 43% niet aan te merken als het arbeidsongeschiktheidspercentage als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Regeling uitkering dienstongevallen politie. Hierbij hoort een smartengeld van 37,5%. De Raad beschikt niet over de gegevens om het bedrag van het smartengeld vast te stellen. Nieuwe beslissing op bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl