CRvB 27 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3332
Draagkracht voor 2016 terecht berekend op basis van het (verzamel)inkomen van appellante en dat van haar partner over 2014. Maandbedrag terecht vastgesteld. De wetgever heeft er blijkens de bepalingen en de ontstaansgeschiedenis van de Wsf 2000 nadrukkelijk niet voor gekozen dat bij het vaststellen van de draagkracht rekening wordt gehouden met het besteedbaar inkomen of de hoogte van het individuele uitgavenpatroon van de debiteur. Het is niet mogelijk van het begrip toetsingsinkomen af te wijken, nu dit in artikel 11.5, tweede lid, van de Wsf 2000 uitdrukkelijk is uitgezonderd van de toepassing van de hardheidsclausule.
De uitspraak op rechtspraak.nl