CRvB 6 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2994

Tussenuitspraak. Weigering Wajong-uitkering. Toepasselijk recht. In de situatie van appellante, omdat zij haar aanvraag heeft ingediend op 7 oktober 2014, kan eerst recht op arbeids- en inkomensondersteuning ontstaan als zij aangemerkt wordt als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt in de zin van artikel 2:4, tweede lid, van de Wajong 2010. Medische beoordeling van de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de FML. Arbeidskundige beoordeling van de volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid. Appellante wordt gevolgd in haar standpunt dat het Uwv had moeten onderzoeken of appellante niet tot het verrichten van betaalde arbeid in staat is, nu niet en in de toekomst niet, ook niet na of met behulp van ondersteuning of in de vorm van beschut werk, en de gevolgtrekkingen uit dit onderzoek concreet moet onderbouwen. Door dit na te laten is onzorgvuldig gehandeld bij de voorbereiding van het bestreden besluit en is het bestreden besluit – door de gebrekkige beoordeling van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep – onvoldoende gemotiveerd. Het bestreden besluit is dan ook in strijd te achten met het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het motiveringsbeginsel van artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. De Raad draagt het Uwv op om de gebreken in het besluit te herstellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken