CRvB 4 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2933
Betrokkene was op grond van artikel 2 van KB 230 en KB 24 uitgesloten van de verzekering ingevolge de AOW. Prejudiciële beslissing. De door het Hof in zijn antwoorden genoemde bepalingen van het Unierecht verzetten zich niet tegen de uitsluiting van betrokkene van de verzekering voor de AOW in de periode in geding en de weigering van de Svb om aan betrokkene een pensioen ingevolge de AOW toe te kennen. Bij het besluit van 14 oktober 2008 is terecht de weigering van het pensioen gehandhaafd. De redelijke termijn is zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase geschonden en komt ten laste van de Staat en de Svb.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CRvB 6 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3233
- CRvB 1 oktober 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3318
- CRvB 4 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1195
- CRvB 4 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1322
- HR 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6285
- HR 21 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1466
- CRvB 26 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
- CRvB 11 mei 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BA7165