CRvB 23 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2882

In de relatie tussen betrokkene en BV is geen sprake geweest van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. In het midden kan daarom blijven of betrokkene moet worden aangemerkt als directeur-grootaandeelhouder in de zin van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder d van de WW in samenhang met de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder. Uwv heeft daarom terecht vastgesteld dat betrokkene niet verplicht verzekerd was ingevolge de WW en heeft op goede gronden de aanvraag van betrokkene om met toepassing van hoofdstuk IV van de WW de betalingsverplichtingen van BV over te nemen afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken