CRvB 21 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2178

Eigen bijdrage. Aanvraag om peiljaarverlegging terecht afgewezen. Appellant houdt, ook als rekening wordt gehouden met de definitieve aanslag over 2015, maandelijks niet minder over dan de zak- en kleedgeldgrens. CAK heeft daarom het verzoek om peiljaarverlegging terecht afgewezen. De rechtbank heeft terecht verwezen naar vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Raad van 16 december 2015,ECLI:NL:CRVB:2015:4761 en 13 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:83), waarin de Raad heeft geoordeeld dat de hoogte van de eigen bijdrage die wordt geheven voor zorg mede afhankelijk mocht worden gesteld van 8% van het vermogen van de verzekerde. Deze rechtspraak heeft betrekking op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en het Bijdragebesluit Zorg. Deze wet- en regelgeving is met ingang van 1 januari 2015 vervangen door de Wlz en het Blz. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat niet hetzelfde heeft te gelden onder de Wlz en het Blz. De rechtbank heeft in dit verband terecht verwezen naar artikel 3.3.2.3, tweede lid, van het Blz waarin, voor zover van belang, is bepaald dat bij de (voorlopige) vaststelling van het bijdrageplichtig inkomen rekening wordt gehouden met 8% van het te verwachten vermogen van de ongehuwde verzekerde.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken