CRvB 15 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2118
Beëindiging privégebruik dienstauto. De vraag welk recht of welke rechtsregel van toepassing is, is van openbare orde. De rechtbank mocht dan ook ambtshalve vaststellen dat sprake is van een vaste gedragslijn. De rechtbank heeft op juiste gronden geoordeeld dat de Tijdelijke regeling niet in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3:42 van de Awb is gepubliceerd, zodat geen sprake is van een beleidsregel in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De korpschef was bevoegd om het beleid over het privégebruik van dienstauto’s te wijzigen en op grond van het nieuwe Dienstautobeleid politie met ingang van 1 januari 2015 het privégebruik van de dienstauto te beëindigen. De uitkomst, waarbij voor appellant een overgangsperiode/afbouwperiode geldt tot 1 januari 2016 is, mede gelet op de relatief korte periode waarin hij gebruik heeft gemaakt van een dienstauto met privégebruik, een alleszins behoorlijke afbouwregeling. Niet gebleken dat aan appellant een onvoorwaardelijke toezegging is gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl