CRvB 12 mei 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1969

Appellant wordt door de Svb verzekerd geacht voor de AWBZ met de verplichting om een zorgverzekering in Nederland af te sluiten. Er is te weinig loonheffing op zijn AOW-pensioen ingehouden en appellant moet dit bedrag betalen. Met inachtneming van het Unierecht, is in het geval van appellant sprake van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 24 van KB 746. De geconstateerde strijdigheid van artikel 21, tweede lid, van KB 746 met het bepaalde in artikel 45 van het VWEU wordt opgeheven. Dit betekent dat appellant op grond van zijn werkzaamheden voor het Kapittel van Civiele Orden vanaf 1 augustus 2012 niet verzekerd moet worden geacht voor de AWBZ. Het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit komen voor vernietiging in aanmerking komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken