CRvB 20 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1529
Het bestreden besluit, waarbij is geweigerd appellant te benoemen in de functie [functie], berust niet op een deugdelijke motivering nu hieruit niet blijkt dat de korpschef bij de beoordeling van het verzoek, conform de brief van 11 mei 2005, het dossier van appellant inhoudelijk heeft bekeken en bij zijn belangenafweging heeft betrokken dat appellant herhaaldelijk besluiten heeft ontvangen waarbij de waarneming is verlengd en de einddatum is uitgesteld. Gelet hierop en gelet op de totale duur van volledige waarneming, te weten drieënhalf jaar, is onvoldoende gemotiveerd dat sprake is van een tijdelijke situatie die aan benoeming in de weg staat. De korpschef heeft daarbij niet kunnen volstaan met de argumenten dat de waarneming van de werkzaamheden van [functie] door de afhankelijkheid van de instroom van aspiranten tijdelijk van aard is en dat in casu sprake is van een waarneming voor een bepaalde tijd, namelijk tot 1 juli 2015. Vernietiging bestreden besluit. Tegen de door de korpschef te nemen nieuwe beslissing op bezwaar kan slechts bij de Raad beroep worden ingesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl