CRvB 5 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1264
Weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt. Doorlopende arbeidsongeschiktheid. Doorlopend recht op ziekengeld. Appellante wordt niet geschikt geacht voor de maatgevende arbeid van medewerker klantencontact waarvoor zij op 1 maart 2012 arbeidsongeschikt werd. In zijn rapport van 11 juni 2014, dat ten grondslag ligt aan dit besluit, concludeert de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat sprake is van doorlopende arbeidsongeschiktheid, die weliswaar onderbroken is door werkzaamheden als callcenter medewerker vanaf 1 juli 2013, maar dat dit werk niet passend voor appellante was en dat zij ook niet geschikt was voor het oorspronkelijke eigen werk. Voorts vermeldt het rapport dat voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden als callcenter medewerker met appellante is afgesproken dat zij niet hersteld wordt verklaard en dat de inkomsten uit deze werkzaamheden met toepassing van artikel 31 van de ZW met het ziekengeld worden verrekend. Bij de beslissing op bezwaar van 23 juli 2014 is tevens het bezwaar van appellante ongegrond verklaard tegen de beslissing van 6 februari 2014, waarbij de ZW-uitkering na 104 weken met ingang van 27 februari 2014 is beëindigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl