CRvB 10 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:847
Afwijzing verzoek om een herberekening van de periodieke uitkering en de inkomstenkorting vanwege zijn artsenpensioen (alsnog) te verlagen met het bedrag dat hij maandelijks wegens verevening van zijn pensioenrechten aan zijn ex-echtgenote betaalt. Bij het ontbreken van een zelfstandige aanspraak van de ex-echtgenote op het pensioen, moet het aan appellant toekomende pensioen in zijn geheel op zijn periodieke uitkering in mindering worden gebracht. Het in 1990 in het echtscheidingsconvenant opgenomen recht van de ex-echtgenote op een deel van het pensioen kan dat niet anders maken. Dat sprake is van een Duitse pensioenverstrekker heeft appellant niet in een ongunstiger situatie gebracht omdat een gelijke situatie bij een Nederlandse pensioenverstrekker tot hetzelfde resultaat zou hebben geleid.
De uitspraak op rechtspraak.nl