CRvB 24 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:622
Betrokkenen kunnen van de opvang in een VBL gebruik maken. Plaatsing in een VBL kan in het algemeen worden aangemerkt als een voldoende voorziening in het bieden van opvang voor personen als betrokkenen. Met deze voorziening wordt voldoende invulling gegeven aan de uit het internationaal recht voortvloeiende (positieve) verplichting opvang te bieden. Geen noodzaak om betrokkenen op grond van de Wmo 2015 opvang of leefgeld te verstrekken. Aan een beoordeling van de hoger beroepen van betrokkenen 1 tot en met 3 en 5 wordt niet toegekomen. Doende wat de rechtbank had behoren te doen, zal de Raad de beroepen van betrokkenen 1 tot en met 3 en 5 ongegrond verklaren voor zover deze betrekking hebben op de Wmo 2015. Met betrekking tot betrokkene 4 vloeit voort dat de rechtbank met juistheid heeft overwogen dat geen aanspraak bestaat op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 en dat het college daarom niet gehouden is een onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo 2015 te verrichten.
De uitspraak op rechtspraak.nl