CRvB 21 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4981

Vaststellingsovereenkomst. Weigering faillissementsuitkering. De vaststellingsovereenkomst van juni 2012 bevestigt juist dat partijen de arbeidsovereenkomst tot en met 31 december 2012 wensten voort te zetten. De door de rechtbank genoemde omstandigheden doen aan het (voort)bestaan van de arbeidsovereenkomst niet af. Het betalen van premies voor de werknemersverzekeringen door de werkgever is daarvoor niet constitutief. Dat appellant vanaf april 2012 is vrijgesteld van werkzaamheden is blijkens de vaststellingsovereenkomst bedoeld om hem in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de gelegenheid te stellen zich te oriënteren op de arbeidsmarkt en leidt er niet toe dat aan de rechtsverhouding tussen partijen het element ‘verplichting tot persoonlijk verrichten van arbeid’ is komen te ontvallen. Dat in de vaststellingsovereenkomst over de wijze waarop het loon in de maanden mei tot en met juli 2012 wordt betaald van het arbeidsrecht afwijkende bedingen zijn opgenomen, en dat die betalingen uiteindelijk niet hebben plaatsgevonden, betekent niet dat niet langer sprake is van een loondoorbetalingsverplichting. Wel kunnen die afwijkende betalingen een rol spelen bij de bepaling van de omvang van de faillissementsuitkering. Privaatrechtelijke dienstbetrekking.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken