CRvB 21 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4933

Beëindiging ZW-uitkering. Werkgever als belanghebbende. Met het rapport van de verzekeringsarts van 18 december 2012 en de telefoonnotitie van 27 februari 2013, opgemaakt naar aanleiding van het gesprek van de re-integratiemedewerker met werknemer, heeft het Uwv de keuze voor 4 maart 2013 als datum van hersteldverklaring voldoende inzichtelijk gemaakt. Deze keuze wordt ook verdedigbaar geacht, omdat deze datum slechts vijf dagen na het telefonisch contact met werknemer ligt. Betekenis komt verder toe aan het gegeven dat werknemer wegens ernstige psychische klachten op 18 december 2012 geen benutbare mogelijkheden had. De keuze van de verzekeringsarts om de werknemer binnen drie maanden weer op te roepen voor een spreekuur was daarom niet onredelijk. De stelling van appellante dat de werknemer elke zes weken door een verzekeringsarts zou moeten worden gezien, vindt geen steun in wet- of regelgeving. In artikel 28 van de ZW is immers bepaald dat de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht is, zo dikwijls dit nodig wordt geoordeeld, zich te onderwerpen aan een geneeskundig onderzoek (…). Het beroep op de Wet verbetering poortwachter treft dan ook geen doel. Het Uwv heeft geen aanleiding meer hoeven zien informatie in te winnen bij de behandeld sector, omdat werknemer kort na het telefonisch contact hersteld is verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken