CRvB 13 december 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4813
Onder deze omstandigheden was voldaan aan de strekking van de toepasselijke beslistermijn, namelijk het waarborgen dat een betrokkene binnen de in het desbetreffende geval geldende termijn wordt geïnformeerd over de besluitvorming en bij voorkeur over de inhoud daarvan. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat geen beroep kon worden ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag als bedoeld in artikel 6:2 van de Awb. Dit betekent dat geen sprake was van een situatie als bedoeld in 4.2. Hieraan doet niet af dat het college, in strijd met artikel 6:17 van de Awb, het toekenningsbesluit niet tevens aan de gemachtigde had toegezonden. Dit artikel, dat bepaalt dat, indien iemand zich laat vertegenwoordigen, het orgaan dat bevoegd is op het bezwaar of beroep te beslissen de op de zaak betrekking hebbende stukken in ieder geval aan de gemachtigde zendt, strekt tot bescherming van de procedurele belangen van een betrokkene. Dat is van een andere orde dan de strekking van de bepalingen inzake het tijdig beslissen, die zien op zekerheid omtrent de inhoudelijke positie van een betrokkene tegenover het bestuursorgaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl