CRvB 16 november 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4349
Weigering zorgindicatie voor zorgfuncties persoonlijke verzorging, klasse 5, en begeleiding individueel, klasse 2. Op grond van de wettelijke regeling had appellante de gelegenheid moeten hebben de uitslag en de gevolgtrekking van de medische onderzoeken te vernemen en te beslissen of daarvan mededeling zou worden gedaan aan CIZ. Nu niet is gebleken dat de medisch adviseur appellante de gelegenheid heeft geboden haar inzage- en blokkeringsrecht uit te oefenen, is dat recht geschonden. De Raad begrijpt het standpunt van appellante aldus dat zij ten onrechte geen gelegenheid heeft gehad het inzage- en blokkeringsrecht uit te oefenen en dat als haar die gelegenheid wel was geboden, zij daarvan gebruik had gemaakt. De Raad ziet in dit standpunt aanleiding de medische adviezen niet in zijn beoordeling van het bestreden besluit te betrekken. Bezien tegen deze achtergrond en gelet op de omstandigheid dat appellante niet op objectiveerbare wijze inzicht heeft verschaft in haar gezondheidssituatie, bestaat er geen grond voor het oordeel dat appellante tekort is gedaan met de indicatie persoonlijke verzorging klasse 1.
De uitspraak op rechtspraak.nl