CRvB 23 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3151
Intrekking en terugvordering bijstand. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de onderzoeksresultaten een voldoende feitelijke grondslag bieden voor de conclusie dat appellante en M in de periode in geding een gezamenlijke huishouding met elkaar hebben gevoerd. Het college heeft zwaarwegende betekenis kunnen toekennen aan de door M op 30 juli 2013 en de door appellante op 1 augustus 2013 tegenover de sociale recherche afgelegde verklaringen.
De uitspraak op rechtspraak.nl