CRvB 11 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3033
De omstandigheid dat ondanks het inwinnen van informatie voor hem niet te voorzien is geweest dat zijn keuze om eerder met pensioen te gaan een nadelig gevolg kon hebben voor zijn pensioen, zoals appellant heeft gesteld, is onvoldoende voor het oordeel dat de minister niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren om van de bevoegdheid van artikel 62 van het IBBAD gebruik te maken. De omstandigheid dat het SBK 2012 in tegenstelling tot het SBK 2004 wel een compensatie kent voor het mislopen van het voorwaardelijk pensioen maakt evenmin dat de billijkheid eist dat de minister appellant hiervoor compenseert. In dit verband volstaat de Raad met een verwijzing naar de overwegingen van de rechtbank, die hij onderschrijft.
De uitspraak op rechtspraak.nl