CRvB 3 juni 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2123

Ten onrechte WW-uitkering toegekend aan werknemer. Door werkgeefster terecht beroep ingesteld. Hetgeen werkgeefster aan het ontbindingsverzoek ten grondslag heeft gelegd, vormt zowel objectief als subjectief een dringende reden voor ontslag. Geen feiten op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het niet naleven van de verplichting om werkloosheid te voorkomen werknemer niet in overwegende mate valt te verwijten. Dit betekent dat werknemer verwijtbaar werkloos was en het Uwv de WW-uitkering blijvend en geheel had moeten weigeren. Hoger beroep van werkgeefster slaagt. Vernietiging aangevallen uitspraak met in standlating rechtsgevolgen. Nu de uitkering van werknemer reeds is beëindigd staat artikel 23 van de Werkloosheidswet in dit geval aan intrekking van de uitkering in de weg nu de uitkering niet door eigen schuld of toedoen ten onrechte is vastgesteld. Werkgeefster kan verzoek om schadevergoeding indienen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken