CRvB 27 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1963
[A] was gemachtigd appellante te vertegenwoordigen. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Finale geschilbeslechting. In de "vragenlijst gelijktijdige tewerkstelling” heeft appellante in 2012 ingevuld tussen 10 en 20% van de tijd voor haar werkgever in België te hebben gewerkt en de resterende tijd in Nederland voor dezelfde werkgever. Niets gesteld of gebleken dat wijst op een andere verhouding van de verdeling van de werkzaamheden. Overgangsrecht Vo 883/2004 maakt dit niet anders. Terechte conclusie dat Nederlandse wetgeving van toepassing is. Geen aanleiding voor proceskostenveroordeling, wel vergoeding omdat redelijke termijn is overschreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl