CRvB 4 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1624
Op 20 augustus 2012 had appellant meer dan 52 weken onafgebroken recht op WW-uitkering gehad en in de onmiddellijk aan 20 augustus 2012 voorafgaande week was hij volledig werkloos. Daarmee is appellant op dat moment een werknemer als bedoeld in artikel 20, zesde lid, onderdeel b, van de WW. De inkomstenaftrek is vanaf 20 augustus 2012 terecht toegepast. Vakantiegeld, eindejaarsuitkering en onregelmatigheidstoeslag zijn loonbestanddelen die in de inkomstenaftrek moeten worden betrokken.
De uitspraak op rechtspraak.nl