CRvB 31 maart 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1178
Appellant heeft terecht gesteld dat met de intrekking van het ontslagbesluit volledig was tegemoet gekomen aan het bezwaar van betrokkene. Voorts stelt de Raad vast dat het wijzigingsbesluit niet de wijziging van het (op dat moment reeds ingetrokken) ontslagbesluit betrof, maar de wijziging van het aanstellingsbesluit. Tegen dit wijzigingsbesluit kon betrokkene bezwaar maken, zoals ook was vermeld in de rechtsmiddelclausule onderaan het wijzigingsbesluit. Betrokkene heeft van deze bezwaarmogelijkheid geen gebruik gemaakt. De Raad kan niet anders concluderen dan dat tussen het ontslagbesluit en het wijzigingsbesluit onvoldoende samenhang bestaat om te oordelen dat het bezwaar tegen het ontslagbesluit tevens gericht was tegen het wijzigingsbesluit. De aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak dienen te worden vernietigd. Met de vernietiging van de aangevallen tussenuitspraak ontvalt de grondslag aan bestreden besluit 2. De Raad zal ook dat besluit vernietigen. Voorts zal de Raad, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit 1 ongegrond verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl