CRvB 19 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:930
Afwijzing verzoek om vergoeding van alle materiële (1) en immateriële (2) schade. Schending zorgplicht van het college als werkgever van appellante. 1) Voor het oordeel dat sprake is van materiële schade die, los van het -als rechtmatig aan te merken- ontslag, voortvloeit uit de schending van de zorgplicht, zijn geen aanknopingspunten gevonden. Voor vergoeding van materiële schade bestaat dan ook geen grond. 2) Appellante heeft de gestelde psychische schade niet aannemelijk gemaakt. Reputatieschade. Het college kan daarbij worden aangerekend dat het zich zonder voorbehoud heeft geschaard achter de inhoud van het rapport van B en geen aanleiding heeft gezien om afstand te nemen van de daarin gemaakte subjectieve en onprofessionele kwalificaties jegens appellante. Het college is aansprakelijk voor de door appellante geleden schade bestaande uit de aantasting van haar goede naam. Appellante heeft op de voet van artikel 6:106 van het BW recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van deze schade. De Raad is van oordeel dat in de onderhavige uitspraak voldoende genoegdoening is gelegen om het geleden nadeel te compenseren.
De uitspraak op rechtspraak.nl