CRvB 18 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:857
WW-uitkering na gebruikmaken vertrekregeling. Bezwaar van de minister tegen de toekenning van WW-uitkering aan werkneemster is terecht ongegrond verklaard. Toetsingskader voor de vraag of een werknemer verwijtbaar werkloos is geworden indien deze werknemer vrijwillig gebruik maakt van een tot stand gebrachte vertrekregeling. Op werkneemster was op grond van haar functie bij het ministerie het Besluit sociaal flankerend beleid sector Rijk 2008-2012 (SFB) van toepassing. Werkneemster was aangewezen als behorend tot een voorrangsgroep, en daarmee heeft te gelden als een aangewezen ambtenaar in de zin van het SFB. In het geval van werkneemster kan niet worden gezegd dat sprake is geweest van een beëindiging van de dienstbetrekking door of op verzoek van de werknemer in de zin van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder b, van de WW. De rechtbank is ten onrechte tot een andersluidend oordeel gekomen. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl