CRvB 10 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:794

Intrekking, herziening en terugvordering bijstand. Het college heeft terecht het standpunt ingenomen dat appellanten gedurende de perioden waarin zij het PGB hebben ontvangen daarmee feitelijk beschikten over middelen om in de noodzakelijke bestaanskosten te voorzien. Gelet ook op de periodieke uitbetaling van het PGB zijn deze middelen gelijk te stellen met inkomsten als bedoeld in artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB.

De uitspraak op rechtspraak.nl