CRvB 11 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:711
Indicatieaanvraag waarin is uitgelegd dat verblijf in een instelling voor appellant niet mogelijk is, omdat hij twee keer eerder heeft verbleven in een instelling en dat toen niet is gelukt. Wat appellant met het hoger beroep beoogt te bereiken, is dat CIZ niet zozeer uitgaat van het best passende cliëntprofiel, maar van een ander cliëntprofiel uit de reeks van een andere grondslag en behorend tot de opsomming als neergelegd in artikel 1a, tweede lid, van de Rza. Dit om te bewerkstelligen dat appellant aanspraak kan maken op meer zorg dan neergelegd in het ZZP. Het Bza, de Rza en het Zib beperken niet de mogelijkheid om een ander ZZP dan uit de reeks van de vastgestelde (dominante) grondslag te kiezen. Grondslagen kunnen wel worden gebruikt als hulpmiddel om op de juiste zorg uit te komen, maar mogen de toewijzing van de juiste zorg niet in de weg staan. In de ZZP-systematiek is het cliëntprofiel bepalend voor het vaststellen van de meest passende zorg. Als een verzekerde is aangewezen op verblijf, moet worden gezocht naar het bij zijn zorgbehoefte best passende cliëntprofiel. De cliëntprofielen zijn gelet op het bepaalde in artikel 1, aanhef en onder e, van de Rza gebaseerd op het beperkingenpatroon van de zorgvragers. Het beperkingenpatroon en aard en doel van de benodigde zorg zijn voor het bepalen van het juiste cliëntprofiel dus belangrijker dan de vraag welke grondslag dominant is.
De uitspraak op rechtspraak.nl