CRvB 25 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:590

Intrekking en terugvordering WW-uitkering op grond van artikel 22a, eerste lid, aanhef en onder c, van de WW. Het in de tussenuitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank bracht niet mee dat het slechts door nader onderzoek tot een inhoudelijk gelijkluidend besluit kon komen. Een verandering van de juridische grondslag behoorde ook tot de mogelijkheden. Appellant is tijdens het ontvangen van WW-uitkeringen werkzaamheden blijven verrichten voor de werkgeefster en hij heeft deze werkzaamheden niet gemeld aan het Uwv, waarmee vaststaat dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting van artikel 25 van de WW heeft geschonden. Appellant heeft ook achteraf geen verifieerbare gegevens overgelegd van de door hem gewerkte uren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken