CRvB 18 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:500
Het Uwv heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2012:BY4046) op 7 februari 2013 een aanvullende beslissing op bezwaar genomen. Omdat het besluit van 7 februari 2013 op een gebrekkige motivering berustte, heeft de Raad opnieuw tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2014:2026) gedaan. Het Uwv heeft ter uitvoering van de tweede tussenuitspraak op 5 september 2014 een aanvullende beslissing op bezwaar genomen. De Raad is van oordeel dat met het besluit van 5 september 2014 het gebrek zoals is vastgesteld in de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2014:2026) is hersteld. Blijkens dat besluit heeft het Uwv de onrechtmatigheid van het loonsanctiebesluit van 2 februari 2010 erkend, de daaruit voortvloeiende loonschade, vermeerderd met de werkgeverslasten en het vakantiegeld vastgesteld en aan appellante voldaan. Het beroep tegen het besluit van 5 september 2014, dat in aanvulling is genomen op het besluit van 7 februari 2013, moet ongegrond worden verklaard, nu met dit besluit op juiste wijze uitvoering is gegeven aan de tussenuitspraken en de daarin geconstateerde gebreken zijn hersteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl