CRvB 25 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4951
Vaststaat dat appellante over de periode van 3 mei 2010 tot en met 31 december 2012 zorg met verblijf heeft ontvangen en dat voor dit verblijf een eigen bijdrage verschuldigd is. Met de gedeeltelijke kwijtschelding is CAK afgeweken van het uitgangspunt dat de vastgestelde eigen bijdrage geheel wordt ingevorderd, omdat het gaat om overheidsgeld waarmee de AWBZ-zorg betaalbaar wordt gehouden. Verder is van belang dat appellante in 2009 en de eerste maanden van 2010 een eigen bijdrage voor zorg met verblijf heeft betaald, zodat het haar duidelijk kon zijn dat zij deze bijdrage ook na haar overplaatsing per 3 mei 2010 naar de tweede zorginstelling verschuldigd was. De omstandigheid dat CAK de door appellante betaalde eigen bijdrage over de periode van 3 mei 2010 tot en met 30 juni 2010 heeft gerestitueerd maakt dit niet anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl