CRvB 18 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4887
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat uit hetgeen appellante heeft gesteld, en de ter ondersteuning daarvan door haar overgelegde stukken, niet kan worden afgeleid dat tussen appellante en haar vader sprake is van een conflict als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van het Bsf 2000 bezien in het licht van wat de Nota van Toelichting bij het Bsf 2000 beschrijft ten aanzien van de daarvoor vereiste ernst van het conflict. Terechte overwegingen rechtbank betreffende bewijskracht verklaring coördinator studentenbegeleiding ROC Tilburg. De Raad voegt toe dat deze coördinator eerst in beeld is gekomen (geruime tijd) nadat appellante de relatie met haar vader verbroken had.
De uitspraak op rechtspraak.nl