CRvB 10 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4475
Ontslag. Plichtsverzuim dat bestaat uit dat betrokkene zich al jarenlang weinig coöperatief opstelt, de verzuimbegeleiding en re-integratie belemmert en tegenwerkt, heeft verzuimd op het opgedragen tijdstip zijn werk te hervatten, bij herhaling zijn leidinggevenden niet accepteert in hun functionele rol en in de rol van casemanager en niet met hen in gesprek wil gaan, en in 2011 heeft geweigerd om mee te werken aan aanvullend onderzoek om zijn beperkingen te kunnen aangeven en te kunnen adviseren over de re-integratie. De Raad is van oordeel dat deze gedragingen bewezen zijn en als plichtsverzuim kunnen worden aangemerkt. Niet gebleken dat het plichtsverzuim betrokkene niet kan worden aangerekend. De primaire ontslaggrond, het plichtsverzuim, houdt stand. Het hoger beroep van de minister slaagt. De Raad komt daarom niet meer toe aan het hoger beroep van betrokkene nu dat ziet op de subsidiaire ontslaggrond, de verstoorde verhoudingen dan wel een impasse. Dit betekent dat het hoger beroep van betrokkene niet slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl