CRvB 26 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4258
Ten onrechte heeft de rechtbank het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen niet onzorgvuldig en het medische oordeel niet onjuist geacht. De hier in geding zijnde datum is 23 februari 2003. De primaire verzekeringsarts heeft appellant op zijn spreekuur van 17 april 2003, nagenoeg twee maanden na de datum in geding, gezien. Daarbij heeft de verzekeringsarts onder de verzekeringsgeneeskundige anamnese vermeld dat appellant op 3 januari 2003 is geopereerd aan zijn linkerbeen en dat appellant tot eind februari 2003 in het gips heeft gezeten (waarna nog revalidatie nodig is). De conclusie van de verzekeringsarts dat de beperkingen van appellant zowel op dat moment als per einde wachttijd, 23 februari 2003, hetzelfde zijn is daarom niet concludent, nu deze conclusie niet in overeenstemming is met het onder de anamnese vermelde en niet door de verzekeringsarts betwiste gegeven dat appellant tot eind februari 2003 in het gips heeft gezeten. Dit betekent dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat in de FML voldoende rekening is gehouden met de beperkingen van appellant op de in geding zijnde datum. De Raad is, gelet op het door de verzekeringsarts niet bestreden feit dat appellant op 23 februari 2003 nog blijkens het verhandelde ter zitting tot aan zijn knie - in het gips zat, van oordeel dat appellant per datum in geding op arbeidskundige gronden volledig arbeidsongeschikt is te achten. Dat de voor appellant geselecteerde functies zittende functies betreffen, zoals de gemachtigde van het Uwv ter zitting heeft aangevoerd, doet hier - wat daarvan ook zij - niet aan af. Appellant moet, gelet op zijn hiervoor omschreven gezondheidstoestand, buiten staat worden geacht om op de datum in geding de geselecteerde functies te vervullen. Daarin komt blijkens de aanwezige functiebeschrijvingen knielen, lopen, duwen en trekken en gehurkt of geknield actief zijn voor, waarmee de belastbaarheid van appellant wordt overschreden. Appellant heeft daarom op deze gronden per einde wachttijd, 23 februari 2003, recht heeft op een WAO-uitkering.
De uitspraak op rechtspraak.nl