CRvB 26 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4214

Einduitspraak na tussenuitspraak. Bij het besluit van 8 december 2014 heeft de minister toepassing gegeven aan artikel 38a, eerste lid, van het ARAR en het aan appellant op 4 juli 1997 overkomen ongeval voor de toepassing van hoofdstuk VI (Bedrijfsgeneeskundige begeleiding, rechten en verplichtingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid) gelijkgesteld met een beroepsincident. In verband hiermee is de korting op de bezoldiging van appellant met ingang van 29 december 2009 volledig komen te vervallen. Verder is in het besluit van 8 december 2014 meegedeeld dat appellant aanspraak maakt op de in artikel 38, zevende lid, van het ARAR genoemde uitkering. De stelling van appellant dat de minister met het besluit van 8 december 2014 niet volledig heeft voldaan aan de in de tussenuitspraak gegeven opdracht, treft geen doel. Overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken