CRvB 18 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4049
De bestuursrechter dient eerst na te gaan of de rechtsgevolgen van een te vernietigen besluit in stand kunnen worden gelaten dan wel of hij zelf in de zaak kan voorzien. Ligt een van deze mogelijkheden redelijkerwijs niet binnen bereik, dan dient de bestuursrechter na te gaan of een - formele dan wel informele - bestuurlijke lus een reële mogelijkheid is. De rechtbank heeft dan ook terecht ter zitting onderzocht of de rechtsgevolgen van het te vernietigen deel van het bestreden besluit in stand konden worden gelaten. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het aannemelijk is dat appellant in ieder geval gedurende een week 29,75 uur bezig is geweest met de inrichting van de kwekerij. De overwegingen die de rechtbank tot dat oordeel hebben geleid worden onderschreven. In aanvulling daarop wordt in aanmerking genomen dat appellant desgevraagd ter zitting bij de rechtbank heeft bevestigd dat hij tijdens de opbouw van de hennepkwekerij 30 uur per week werkzaam is geweest. De rechtsgevolgen van het vernietigde deel van het bestreden besluit zijn dus terecht in stand gelaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl