CRvB 22 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3671
Van betrokkene had mogen worden verwacht dat hij de risico’s van (de schijn van) belangenverstrengeling, vriendjespolitiek en oneerlijke concurrentie van de in loop der jaren fors toegenomen omvang van de werkzaamheden die [naam V.O.F.] voor het waterschap verrichtte (van € 799,- in 2005 tot een uitschieter van € 79.980,- in 2011) uitdrukkelijk met de betreffende leidinggevenden had besproken. Betrokkene heeft dit niet gedaan en het is, mede gelet op de gespreksverslagen, aannemelijk dat de leidinggevenden niet op de hoogte waren van de omvang van de opdrachten aan [naam V.O.F.]. In de gegeven omstandigheden wegen van de zes gedragingen de vijfde en de zesde gedraging minder zwaar dan de overige gedragingen. In hun onderlinge verband bezien leveren de zes gedragingen tezamen een zodanig ernstig plichtsverzuim op dat de opgelegde disciplinaire maatregel van onvoorwaardelijk ontslag daaraan niet onevenredig is.
De uitspraak op rechtspraak.nl