CRvB 14 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3540
Betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in een privaatrechtelijke dienstbetrekking tot de BV heeft gestaan en werknemer is geweest in de zin van artikel 3, eerste lid, van de WW. Aan deze vaststelling heeft appellant op goede gronden verbonden dat betrokkene geen recht heeft op overneming door appellant op grond van hoofdstuk IV van de WW van de gestelde betalingsverplichtingen van de BV en evenmin aansluitend recht heeft op een WW-uitkering op grond van hoofdstuk II van de WW.
De uitspraak op rechtspraak.nl