CRvB 9 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3527

Verzekerd voor de AWBZ. Duitse student, wonend en studerend in Nederland met diverse baantjes in loondienst. Deze werkzaamheden hebben terecht geleid tot de toepassing van de Nederlandse wetgeving. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie is voor de vraag of op een betrokkene Vo 1408/71 en Vo 883/2004 van toepassing zijn, niet relevant de hoeveelheid tijd die aan de uitoefening van de werkzaamheden wordt besteed. Het beroep van appellante op de uitsluiting van de verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen, zoals is neergelegd in artikel 20 van KB 746 voor personen jonger dan 30 jaar die uitsluitend wegens studieredenen in Nederland wonen, slaagt niet. De wetgever heeft door het maken van het gewraakte onderscheid tussen studenten die buiten hun studie werkzaamheden verrichten in het economische verkeer en studenten die werkzaamheden verrichten als stagiair en die voor de toepassing van artikel 20 van KB 746 wel in aanmerking komen, de grenzen van de hem toekomende beoordelingsruimte niet overschreden. Dat de uitsluiting van de verzekeringsplicht voor studenten in beginsel beperkt blijft tot studenten die geen beroepswerkzaamheden uitoefenen, sluit aan bij het internationaal aanvaarde uitgangspunt dat iemand valt onder de sociale wetgeving van het land waar hij zijn beroepswerkzaamheden uitoefent. De in artikel 20 van KB 746 neergelegde regeling en de uitleg daarvan in algemene zin wordt niet in strijd geacht met artikel 26 IVBPR of artikel 1 van de Grondwet. Dat de concrete toepassing van de regeling in het onderhavige geval niettemin in strijd zou komen met deze verdragsbepaling is gesteld noch gebleken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen