CRvB 13 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:34

Recht op bijstand zoals door appellante is aangevraagd. De levensvatbaarheid van de onderneming van appellante ten tijde van de aanvraag is door het college niet onderzocht. Gezien het korte tijdsverloop tussen de aanvraag van 7 augustus 2012 en de aanvraag van 3 april 2013 is aannemelijk dat de levensvatbaarheid op beide data niet wezenlijk verschilde. Voorts heeft het college geen aannemelijke verklaring kunnen geven waarom het in april 2013 aanwezige vermogen in zijn geheel is aangemerkt als voor de uitoefening van het bedrijf noodzakelijk vermogen, en waarom het in augustus 2012 aanwezige vermogen in zijn geheel niet. De Raad ziet in het voren overwogene aanleiding ook het in augustus 2012 aanwezige vermogen in zijn geheel aan te merken als voor de bedrijfsuitoefening noodzakelijk vermogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen