CRvB 15 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3185

De onderzoeksbevindingen bieden onvoldoende grondslag voor de conclusie van het dagelijks bestuur dat A in de te beoordelen periode zijn hoofdverblijf had in de woning van appellante op het uitkeringsadres. De rechtbank heeft dit niet onderkend. Vernietiging uitspraak. Omdat gelet op het tijdsverloop redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat het dagelijks bestuur alsnog aannemelijk zal kunnen maken dat in de te beoordelen periode sprake was van een gezamenlijke huishouding, zal de Raad zelf in de zaak voorzien door de besluiten van 16 november 2012 en 2 april 2013 te herroepen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen