CRvB 18 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2822
1) Procesbelang. Nu er sprake is van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en de rechtsbijstandverlener voor zijn bijstand kosten maakt, staan de door betrokkene en zijn gemachtigde gemaakte afspraken (‘no cure no pay’) aan het aannemen van procesbelang niet in de weg. 2) Verplichting ingevolge artikel 55 van de WWB. Geen deugdelijk grond voor de verplichting om gebruik te maken van de nachtopvang. De algemene stelling van appellant dat betrokkene bij verblijf in de nachtopvang een dag- en nachtritme leert, bevat geen op de persoon van betrokkene toegesneden afweging. Het voert te ver om de verplichting om elke nacht gebruik te maken van de nachtopvang te beschouwen als een eerste stap van betrokkene in de richting van het gaan verrichten van algemene geaccepteerde arbeid. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat appellant voor het nagestreefde doel, te weten de arbeidsinschakeling van betrokkene, niet met minder ingrijpende verplichtingen, zoals de verplichting tot deelname aan dagbesteding, kon volstaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl