CRvB 19 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2787

Appellant heeft terecht geweigerd betrokkene een voorschot op een ZW-uitkering te verstrekken. Betrokkene en zijn werkgever zijn verdeeld over het voortbestaan van de aanstelling van betrokkene en daarmee ook over de daaruit voor de werkgever voortvloeiende loonverplichtingen. Er bestaat geen recht op een voorschot zolang er twijfel is over de vraag of een betrokkene recht heeft op loon. De Raad heeft eerder geoordeeld dat de omstandigheid dat in ambtenarenrechtelijke procedures bezwaar en beroep de werking van het besluit waartegen het rechtsmiddel is gericht niet schorsen, en bijgevolg werkgever hangende die procedures niet was gehouden om betrokkene zijn bezoldiging te betalen, onverlet laat dat, zolang die procedures lopen, onzekerheid bestaat over de vraag of betrokkene recht heeft op betaling van zijn bezoldiging. Dat dit ertoe kan leiden dat betrokkene op enig moment in een situatie komt te verkeren dat hij niet meer de beschikking heeft over voldoende middelen van bestaan en aangewezen is op een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, is een gevolg van deze door de wetgever gemaakte keuze. In het onderhavige geval bestaat geen aanleiding om daar nu anders over te oordelen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken