CRvB 4 augustus 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2682
Van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Awb is sprake als duidelijk is dat de belanghebbende het bestuursorgaan maant om alsnog een bepaald besluit te nemen. Daarvan is sprake indien voldoende duidelijk is op welke aanvraag het geschrift betrekking heeft, dat belanghebbende zich op het standpunt stelt dat het bestuursorgaan niet tijdig op de aanvraag heeft beslist en dat belanghebbende erop aandringt dat een zodanige beslissing alsnog wordt genomen. Met de overweging in 4.4 sluit de Raad aan bij de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (uitspraak van 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4682) betreffende de eisen die aan een ingebrekestelling worden gesteld. In genoemde uitspraak was de ingebrekestelling opgesteld door een professioneel rechtsbijstandverlener.
De uitspraak op rechtspraak.nl