CRvB 17 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2566
Tussenuitspraak. Weigering WIA-uitkering. Geen heropening WAO-uitkering. Rijnvarende. Toepassing art. 44 WAO. Beleid. Gezien het feit dat appellant vóór de werkhervatting driemaal ongeschikt voor zijn eigen werk is geacht, waarvan de laatste keer relatief kort voor de werkhervatting, geeft het geen blijk van een juiste beleidstoepassing de kortst mogelijke termijn van zes maanden te hanteren. Dat vanuit arbeidskundig en verzekeringsgeneeskundig oogpunt de arbeid als gangbaar en passend kan worden beschouwd, doet daar niet aan af. Het Uwv had de beleidsvrijheid op andere wijze dienen te benutten en in dit bijzondere geval dienen af te wijken van het beleid om al na zes maanden de arbeid te beschouwen als arbeid in de zin van artikel 18, vijfde lid van de WAO en de uitkering te beëindigen. Dit betekent dat het Uwv zich dient te beraden over een ander moment waarop de arbeid als stuurman binnenvaart op grond van artikel 44 van de WAO kan worden aangemerkt als passende arbeid voor appellant. Het Uwv zal worden opgedragen dit gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl