CRvB 23 juli 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2447
1) Schorsing. Gezien de omstandigheden is het voorstelbaar dat de raad van bestuur de schorsing noodzakelijk heeft geacht om de rust op de afdeling te laten terugkeren, om van de gelegenheid gebruik te maken zich te beraden over de situatie en om nader onderzoek te doen. 2) Beoordelingen. Appellant is op de competenties stressbestendigheid en communicatie met een onvoldoende beoordeeld, zonder dat daarbij concrete feiten gegeven zijn. Bij nader besluit wordt geen nadere adstructie gegeven van het oordeel dat appellant onvoldoende functioneerde op de punten stressbestendigheid en communicatie. 3) Ontzegging van de toegang. Nu uit de rapportage van Berenschot naar voren komt dat er door de houding en het gedrag van appellant sprake was van gevoelens van onveiligheid bij medewerkers en Berenschot een succesvolle terugkeer van appellant naar deze afdeling of een plek waar hij de medewerkers van deze afdeling met enige regelmaat zou tegenkomen, erg onwaarschijnlijk achtte, heeft de raad van bestuur in redelijkheid voldoende grond kunnen zien om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om appellant de toegang tot het gebouw te ontzeggen. 4) Ontslag op andere gronden. Er was sprake van een impasse waarin geen uitzicht meer bestond op herstel van een vruchtbare samenwerking. Dit is mede te wijten aan de eigen opstelling van appellant jegens zijn werkgever.
De uitspraak op rechtspraak.nl